Vereeniging van Oud-Kweekelingen

De oprichting van de Vereeniging van Oud-Kweekelingen van de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam kent een lange voorgeschiedenis. Reeds vanaf de beginperiode hielpen oud-kwekelingen elkaar. Dat ervoer in 1806 de kort daarvoor uit de Kweekschool ontslagen A. Dreewes. Nadat zijn schip midden op zee was vergaan, arriveerde hij na veel omzwervingen met een Deens schip in de haven van Tönning. Daar ontmoette hij de gewezen kwekeling H.W. Heinsius, die inmiddels tot gezagvoerder van een koopvaarder was opgeklommen. Deze nam de ongelukkige Dreewes als matroos bij zich aan boord onder het motto: 'Cameraad, daar wij beide kweekelingen uit hetzelve gesticht zijn, is het plichtmatig dat wij elkanderen bijstaan'. Daarnaast onderhield een aantal oud-kwekelingen contact met de Kweekschool. Zo bood in 1880 de gewezen kwekeling vice-admiraal G. Fabius bij de inwijding van het nieuwe gebouw commissarissen een Nederlandse vlag aan met de wapens van Haarlem en Amsterdam. Een jaar later vond op initiatief van D. van Ketwich een reünie van oud-kwekelingen plaats. Bij die gelegenheid overhandigde Van Ketwich commissarissen namens 258 oud-kwekelingen een bedrag van maar liefst 4.000 gulden, bestemd om uit de renten daarvan de opleiding van een onbemiddelde kwekeling te betalen.
 
IMG_0003.jpg
 
In het najaar van 1913 werd bekend dat het bestuur van de Kweekschool voornemens was de heropening van het instituut op 28 februari 1814 (na de Franse overheersing) in 1914 feestelijk te herdenken. Vier oud-kwekelingen kwamen met het plan een soortgelijke reünie als in 1881 aan deze herdenking te verbinden. Op uitnodiging van de initiatiefnemers bespraken op 25 oktober 36 oud-kwekelingen de ideeën. Tijdens deze vergadering gingen al stemmen op om een vereniging op te richten. Gelet op de korte voorbereidingstijd werd uit praktische overwegingen gekozen voor een reüniecommissie onder voorzitterschap van H. Hissink. De reünie die bestond uit een bijeenkomst in het gebouw Zeemanshoop, een bezoek aan de kort daarvoor verbouwde Kweekschool en het bijwonen van een toneelstuk in de Stadsschouwburg was een groot succes. Als blijk van waardering brachten 366 oud-kwekelingen 6.500 gulden bijeen voor de vergroting en de inrichting van de Recreatiezaal.
 
 IMG_0002.jpg 
 
 
Tijdens de reünie werd opnieuw de vraag gesteld of het niet mogelijk was een vereniging van oud-kwekelingen op te richten. De Eerste Wereldoorlog, die korte tijd later uitbrak, verhinderde dit voornemen ten uitvoer te brengen. Bij de ingebruikname van de Recreatiezaal in het voorjaar van 1917, vanaf die tijd Reüniezaal geheten, kwam de vraag naar de mogelijkheid elkaar regelmatig te ontmoeten wederom aan de orde. Dit bracht de reüniecommissie ertoe een bijeenkomst in Amsterdam te beleggen. In totaal 45 oud-kwekelingen woonden deze vergadering op 5 juli bij. Met algemene stemmen besloten zij een vereniging op te richten. Op 1 augustus 1917 werden de statuten goedgekeurd en was de vereniging een feit. Tot voorzitter werd H. Hissink gekozen. Drie jaar later werd te Batavia onder voorzitterschap van E. Meuleman een vertegenwoordiging van de vereniging opgericht.
 
 
 
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde de bezetter de vereniging geen beperkingen op. Voor zover de omstandigheden dat toelieten, gingen de verenigingsactiviteiten gewoon door. In 1944 bijvoorbeeld vond te Amsterdam een reünie plaats. Ondanks transportproblemen en voedselschaarste was de opkomst uitstekend en de stemming buitengewoon goed. Toch betaalde vereniging een hoge tol. Maar liefst 142 oud-kwekelingen, onder wie veel leden, kwamen om. Direct na de oorlog riep het bestuur een commissie in het leven die zich belastte met de politieke zuivering van de vereniging. In 1946 werden op voorstel van deze zuiveringscommissie acht leden geroyeerd. Van geheel andere aard was de oprichting van een monument ter herdenking van de gevallen oud-kwekelingen. Op 14 mei 1949 vond de onthulling van het gedenkteken op de binnenplaats van de Kweekschool plaats. Jaarlijks wordt voorafgaand aan de algemene ledenvergadering een krans bij het gedenkteken gelegd.
 
  50.jpg 
 
In de jaren vijftig liep het ledental enigszins terug om vanaf 1960 weer toe te nemen. Vanwege de ophanden zijnde fusie tussen de Kweekschool en de Zeevaartschool van het Zeemanshuis stelde het bestuur van de vereniging van oud-leerlingen van de Zeevaartschool in 1970 voor om het samengaan tussen de verenigingen van oud-leerlingen van beide scholen te bevorderen. Het bestuur van de vereniging van oud-kwekelingen voelde hier niet voor, aangezien de oud-leerlingen van beide scholen geen enkele binding hadden. Tijdens de algemene ledenvergadering van 1981 stelde voorzitter A.J. de Bruijn een fusie tussen beide verenigingen in voorzichtige bewoordingen opnieuw aan de orde, maar de leden lieten het bestuur op niet mis te verstane bewoordingen weten hier absoluut niet voor te voelen.
 
 IMG_0004.jpg 
 
De sluiting van de Kweekschool in 2000 was voor de vereniging niet alleen een emotionele, maar ook een ingrijpende gebeurtenis. In korte tijd moest een beslissing worden genomen over de verplaatsing van het gedenkteken en het onderbrengen van het archief. Later kwam daar nog het transport van het oefenschip Kaatje III bij. Voor het monument werd een eervolle plaats gevonden op het Marine Etablissement. Het Vaderlandsch Fonds nam de kosten van de verplaatsing en de renovatie voor zijn rekening. Hoewel de verplaatsing van het gedenkteken in november 2000 plaatsvond, kon een maand later de vertrouwde ceremonie geheel volgens traditie plaatsvinden.
 
(naar boven)