Leden

 

Oorspronkelijk was het lidmaatschap van de vereniging voorbehouden aan oud-kwekelingen die minstens één jaar het onderwijs aan de Kweekschool hadden gevolgd. Veel discussie leverde de vraag op of oud-leerlingen die in internaatsverband de opleiding tot scheepswerktuigkundige of radiotelegrafist hadden gevolgd, ook lid van de vereniging mochten worden. Uiteindelijk werd hiertoe in 1990 besloten. Sedert die tijd geldt als criterium dat de oud-student voor de duur van ten minste één jaar in de Kweekschool gehuisvest is geweest. Deze definitie lijkt veel op die uit de beginperiode van de vereniging, met dit verschil dat nu ook een andere opleiding dan die tot stuurman kan zijn gevolgd. In 1981 traden de eerste vrouwelijke leden tot de vereniging toe.
 
IMG_0030.jpg IMG_0031.jpg
 
Met inachtneming van de niet te vermijden schommelingen kan gesproken worden van een per saldo constante groei van het ledenbestand. Telde de vereniging in 1920 nog 185 leden, tien jaar later waren dit er reeds 750, een aantal dat tot 1950 nagenoeg gelijk bleef. In de jaren vijftig daalde het aantal leden tot iets onder de 700, om vanaf 1960 weer toe te nemen. Volgens een voorzichtige raming moesten er in 1972 circa 5.100 oud-kwekelingen in leven zijn. Het aantal leden dat jaar bedroeg 975. Dat is ongeveer 20% van het bestand. In 1975 werd de magische grens van 1.000 leden gepasseerd. Met 1.401 leden was 1996 een topjaar. Door het gebrek aan nieuwe leden zette vanaf dat jaar een lichte daling in tot voorlopig 1257 leden in 2005. Opvallend was dat veel oud-kwekelingen op latere leeftijd nog een academische titel behaalden. Veel van hen hadden voor hun kweekschoolperiode alleen een vooropleiding van drie jaar HBS of vier jaar MULO-B. Uit een in 1996 gehouden enquête blijkt dat de oud-kwekelingen een grote verscheidenheid aan beroepen uitoefenden. Van de 200 oud-kwekelingen die de enquête hadden ingevuld, waren maar liefst 35 directeur of manager. Niet minder dan 20 waren als academici in diverse functies werkzaam. Het aantal leden met een varende functie was beperkt: 15 loodsen en 4 gezagvoerders.
Naast leden kent de vereniging voorstanders en donateurs. Voorstanders zijn personen die de vereisten missen om als lid van de vereniging te worden toegelaten (dus geen oud-kwekeling zijn), maar deze uit sympathie willen steunen. In de praktijk worden zij door het bestuur uitgenodigd tot de vereniging toe te treden. Voorstanders betalen wel contributie, maar hebben geen stemrecht. Donateurs zijn personen of organisaties die de vereniging een warm hart toedragen. Zij ondersteunen de vereniging met een bijdrage. Evenals de voorstanders hebben de donateurs geen stemrecht.