Geschiedenis

De Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam werd opgericht in 1785. De Kweekschool was destijds de eerste instelling op het vasteland van Europa waar zeevaartkundig onderwijs werd gecombineerd met een internaat.

De oprichting van de Kweekschool was een initiatief van het in 1781 opgerichte Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van ’s Lands Zeedienst. Op aandringen van Commissaris Guilelmus Titsingh besloot het Vaderlandsch Fonds tot het oprichten en exploiteren van een Kweekschool voor de Zeevaart, een school met internaat. Het stadsbestuur van Amsterdam stelde hiervoor het Willige Rasphuis, gelegen aan de Buitenkant, ter beschikking. Na verbouwing kon het in 1785 in gebruik worden genomen.

  IMG_0005.jpg  

In 1810 lijft Napoleon Bonaparte de Bataafse Republiek in bij het Franse Rijk. Op 19 januari 1811 vaardigt hij een decreet uit waarbij de Kweekschool wordt opgeheven. De kwekelingen worden ondergebracht bij de Marine en opgeëist voor Franse zeekrijgsdienst. Op 27 februari 1811 wordt de Kweekschool gesloten. De heropening vindt plaats op 28 februari 1814 door koning Willem I en wordt sindsdien op of omstreeks die datum herdacht als “klein rapport”.

 De Kweekschool heeft in de loop der jaren diverse reorganisaties doorgemaakt. In 1826 blijken zowel het onderwijs als de staat van het gebouw zelf ernstig te wensen over te laten. De staat van het gebouw is zó slecht dat het eigenlijk gesloopt en opnieuw opgetrokken moet worden. Hier is echter geen geld voor en daarom volstaat men met wat schilderen en witten. Het Vaderlandsch Fonds pakt de reorganisatie van het onderwijs echter wel aan en stelt hiervoor een commissie in. Een belangrijke vernieuwing die deze commissie doorvoert, is het instellen van jaarcursussen die duren van september tot en met juni, waarna in juli examens volgen en augustus vrij is voor vakantie. Vooral dit laatste stuit op verzet, omdat veel Commissarissen bang zijn voor de verderfelijke invloed van deze vrijheid op de kwekelingen. Verder verbetert men de indeling van de lessen en verscherpt men het toezicht.

In 1860 is er opnieuw aanleiding tot een reorganisatie. Aanvankelijk leidt de Kweekschool minvermogende jongens op voor de zeedienst, maar met de komst van andere zeevaartscholen richt de aandacht van de Kweekschool voor de Zeevaart zich voornamelijk op de opleiding tot stuurman en wordt de opleiding erg theoretisch. Als de Kweekschool moet gaan voldoen aan de 'Verordening voor de inrigting tot examineeren van Varenslieden', vastgesteld door de Amsterdamse gemeenteraad, wordt het onderwijsprogramma opnieuw onder de loep genomen en komt er meer aandacht voor het oefenen van praktische vaardigheden.

 In 1865 blijkt het gebouw van de Kweekschool zo veel gebreken te hebben dat de Commissarissen eenstemmig van oordeel zijn dat het oude gebouw gesloopt dient te worden en een nieuw opgetrokken. Men benoemt een commissie om een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen. De daadwerkelijke uitvoering van de plannen die hieruit voortvloeien heeft tot 1880 moeten wachten, omdat de lage stand van effecten rond 1866 de verbouwing financieel onmogelijk maakt. Pas in 1873 komt de nieuwbouw opnieuw ter sprake. Het Vaderlandsch Fonds stelt weer een commissie in, neemt architect Springer in de arm en zoekt tijdelijk onderdak voor de duur van de afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe gebouw. Dit onderdak vindt men in de Hogere Burgerschool voor meisjes aan het Singel. De bouw begint in 1877 en in 1878 is de feestelijke opening door Koning Willem III.

 IMG_0008.jpg 

 Een volgende reorganisatie vindt plaats in 1884 naar aanleiding van de verminderde toestroom van kwekelingen. Opnieuw blijken een slechte inrichting van de lessen en een te slappe controle - naast factoren die buiten de Kweekschool liggen, zoals de afname van het aantal zeilschepen - de reden. De functie van de commandeur (vanaf dat moment commandant genoemd) wordt dusdanig gewijzigd dat hij hoofd van de Kweekschool wordt. Hij krijgt nu ook het recht bestuursvergaderingen als adviserend lid bij te wonen.

 Andere markante punten in de geschiedenis van de Kweekschool zijn:

      1879: de oprichting van een herhalingsschool waar oud-kwekelingen zich voor een hogere rang kunnen bekwamen;

         1934: de instelling van een opleiding tot verkeersvlieger op verzoek van de Minister van Onderwijs; deze wordt in 1941 gestopt vanwege de oorlog;

 IMG_0006.jpg 

          1934: een gewijzigde verdeling van opleidingen tussen de Kweekschool voor de Zeevaart en de Zeevaartschool van het Zeemanshuis, waarbij de Kweekschool de basisopleiding en de Zeevaartschool de opleiding tot derde stuurman van bevarenen en de voortgezette opleiding van stuurlieden op zich neemt, met als gevolg dat de Kweekschool voor het eerst externe leerlingen krijgt;

           1966: de intrede van aspirant-scheepswerktuigkundigen

           1969: de intrede van radio-officieren en een proef met het intern plaatsen van meisjes.

 IMG_0009.jpg 

 

 In 1971 fuseren de Kweekschool voor de Zeevaart en de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis tot de Stichting Hogere Zeevaartschool Amsterdam. Aan het hoofd komt een directeur, met op iedere school een adjunct-directeur. De functie van Commandant vervalt en wordt vervangen door een Hoofd Internaat, dat echter niet hiërarchisch onder de directeur van de Stichting Hogere Zeevaartschool staat, maar onder het beheer van het Vaderlandsch Fonds blijft.

Na de fusie blijven de panden Prins Hendrikkade en Foeliedwarsstraat eigendom van het Vaderlandsch Fonds en in gebruik bij de school en het internaat van de Kweekschool voor de Zeevaart en bij de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis.

 In 1977 werd de Hogere Zeevaartschool een onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam en werd de studierichting “Maritiem Officier” een onderdeel van het Instituut voor Industriële en Maritieme Techniek.

 In 1985 wordt het internaat van de Kweekschool voor de Zeevaart een aparte stichting: Stichting internaat 'Kweekschool voor de Zeevaart'. Het bestuur van deze stichting bestaat uit zes leden waarvan er drie tevens bestuurder zijn van het Vaderlandsch Fonds zijn.

Voorts worden nieuwe wooneenheden gebouwd, zgn. HAT-eenheden (Huisvesting Alleenstaanden en Tweepersoonshuishoudens). Een speciaal hiervoor opgerichte stichting 'Prins Hendrik Huis' beheert de wooneenheden en verhuurt ze aan de Kweekschool. Het bestuur van de stichting Prins Hendrik Huis bestaat uit twee leden van het bestuur van de Kweekschool voor de Zeevaart, een kwekeling en een vertegenwoordiger van de Vereeniging van Oud-Kweekelingen.

 IMG_0007.jpg 

In 2000 heeft het Vaderlandsch Fonds moeten besluiten om het gebouw van de Kweekschool te sluiten, waarmee na 215 jaar ook de internaatsfunctie van de Kweekschool voor de Zeevaart werd beëindigd. Het gebouw van de Kweekschool is inmiddels onder meer in gebruik van het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam.In 1977 werd de Hogere Zeevaartschool een onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam en werd de studierichting “Maritiem Officier” een onderdeel van het Instituut voor Industriële en Maritieme Techniek.

(naar boven)